Het gouden uur (2025)
Het “Gouden uur” is de korte tijd na zonsopgang of de korte tijd voor zonsondergang. Dan staat de zon nog laag en zijn de schaduwen lang en wat onscherp, het licht is zacht en roodachtig, geel, oranje. Gouden tinten. ‘S morgens is het dan stil en vaak ook nat van de dauw, de natuur gaapt en rekt zich uit, aarzelt nog.
Dat gouden uur benutte mijn opa graag om, met mij, eieren te gaan zoeken, eieren van weidevogels en misschien ook wel een hazeleger of een dassenburcht in de houtwal. Is dat een vossenhol, wat denk jij? Via de houwallen met een verrekijker en later ook een polsstok de weilanden in, op de buik, tegen een dijkje en kijken, luisteren, analyseren en als we het “zeker wisten” liepen we erop af – een kuiltje tussen de graspollen met een, twee, soms wel vier eitjes. Jonge haasjes, nog blind. Opa maakte het spannend, verzon verhalen alsof hij de dieren persoonlijk kende. Oma zorgde dat ik mijn muts ophad en dat we wat lekkers mee hadden. Als we terug kwamen moest ik haar vertellen wat we gezien en gevonden hadden, over het vreemde geluid bij Baarsma in de tweede wal.
Deze kievit, trillend door de zware kijker en de opwarmende lucht, weinig scherptediepte, is een ode aan mijn grootouders en aan de weidevogels. Ze zijn er (bijna) niet meer en dat spijt me zo.
Van deze prent zijn 9 afdrukken gemaakt op 300 grs Hahnmühle 1584, de bladen meten 25 x 42 cm en de afbeelding meet 15 x 31.5 cm. Te koop voor €300.-