M.
Kapot, bijna weg en
opgesloten in jezelf,
opgesloten in het leven ook,
tussen onbegrepen eisen en
ongewenste liefde.
Van een schans van arrogantie,
een vesting van woorden en woede,
met gedachte borsten
en een stenen schoot
lonk je naar de vijand
vanaf een ijle top
die alleen jij nog ziet.
Kom, kom,
maar niet te nader,
want zo sterk
en zuiver
ben ik niet.
