De dijk
De erosie van het geheugen,
van de zachte delen
die eerst glad worden
en dan verwaaien, verstuiven
over de dijk tegen niets.
De erosie van het geheugen,
van langzaam ontbloten
van de harde pitten,
de schelpen en de stenen
zwart als teer,
het grijze hout en
oranje of blauwe lijnen
zonder begin of eind.
Flarden van verleden dat
maar niet wil wijken voor
voor storm of stroom of tij,
maar dan toch verboldert
op de wind van de tijd,
over de dijk, naar nergens.
Ik hoor haar boven neuriën.
