|
Cees Elzinga's Nieuwsbrief nr. 85 d.d. 8 oktober 2026
|
| |
|
Sinds 2002 heb ik demografen en sociologen geholpen met het beschrijven en vergelijken van levenslopen en hoe ze te begrijpen in termen van alle invloeden waaraan levenslopen onderhevig zijn. Natuurlijk wordt onze levensloop in belangrijke mate begrensd door onze fysieke, emotionele en cognitieve mogelijkheden. Die mogelijkheden hebben we niet zelf gecreëerd - we krijgen ze mee bij onze geboorte. Wat we er daarna mee (mogen of kunnen) doen, wordt in hoge mate bepaald door de mensen om ons heen, de lotgevallen van het gezin waarin we opgroeiden, de welstand van onze ouders, hun geloof en afkomst en door de heersende sociale, culturele, politieke en economische omstandigheden. Kortom, wij zijn het voornamelijk niet 'zelf' die ons tot een succesvolle bestuurder of doodzieke crack-gebruiker hebben gemaakt want dat 'zelf' is voor een groot deel een product van toeval en anderen. Niet helemaal natuurlijk. Er waren momenten waarop we beslissingen namen over wat te doen en wat te laten. En zulke beslissingen waren mede-bepalend voor wat ons overkwam, wie wij werden. Dat laat onverlet dat onze levensloop voor een belangrijk deel gevormd, gestuurd werd, en nog steeds wordt, door hoe anderen ons gevormd hebben en de verwachtingen die zij van ons hadden en hebben. Zo is ons bestaan, ons lot, afhankelijk van anderen zoals ook hun lot afhankelijk is van ons. |
| |
|
John Donne, op ongeveer vierenveertigjarige leeftijd, in 1616 geschilderd door Isaac Oliver. |
| |
|
Dit zijn natuurlijk geen originele gedachten. Ideeën over de verbondenheid tussen alle mensen werden al geformuleerd door bijvoorbeeld de Engelse dichter John Donne in 1624 en vermoedelijk was ook hij niet de eerste. In zijn tekst 'Meditations XVII' schreef hij de beroemde en vaak geciteerde woorden
'No man is an island, entire of itself; every man is a piece of the continent, a part of the main'
John Donne was een zeer gelovig mens en zijn idee over de verbondenheid tussen alle mensen komt voort uit zijn overtuiging dat de mens een schepping is van zijn Anglicaanse¹ god. Mijn idee over die verbondenheid is gestoeld op onze kennis van de sterke statistische verbanden tussen levenslopen en tal van sociale, economische en politieke omstandigheden waarin mensen leven. Als er iemand sterft, is dat een verlies voor iedereen, niet alleen voor de naaste familie maar voor, letterlijk, de hele gemeenschap. Donne verwoordde² dat idee, door het luiden van de doodsklok als metafoor te gebruiken:
... any man's death diminishes me, because I am involved in mankind, and therefore never send to know for whom the bell tolls; it tolls for thee... |
| |
|
Als wij anderen onderdrukken, overheersen, achterstellen, uitbuiten, discrimineren, doen wij dat met onze gelijken, met onze verwanten en doen wij niet alleen onrecht en schade aan hen, maar ook aan onszelf want wij horen allemaal bij dat grote netwerk. Daarom is het goed dat we ons bewust zijn van onze oorsprong in en geschiedenis met anderen, met iedereen. Dit zijn, in kort bestek, de ideeën die mij brachten to het zo expliciet benoemen van degenen die mij vormden tot wie ik geworden ben. |
| |
|
Ik begon met het liniëren van een flink vel papier met bladgoud, in de vorm van een spiraalvormig carré: |
| |
|
liniëren met bladgoud, oktober 2026. |
| |
|
Op dat vel heb ik de namen van alle mensen die een significante invloed hebben (gehad) op mijn leven, die invloed hadden of hebben op mijn perceptie van mezelf, van de wereld, op mijn keuzen, op wie ik geworden ben, opgeschreven. Dat zijn natuurlijk niet allemaal mensen die ik persoonlijk gekend heb - ik reken daar ook schrijvers, schilders, musici en componisten toe, sommigen al meer dan honderd jaar dood. Sommigen van die mensen leven nog maar zie ik niet meer, weer anderen hoop ik nooit meer te zien en natuurlijk horen ook mijn vrienden er bij. Al die mensen zijn of waren belangrijk. Ooit hadden we ook dertien geitjes, we hadden katten (we hebben nog steeds een kat), kerkuilen, kippen en hanen en kuikens. Ook het verzorgen van en verkeren met die dieren, vormde mij - van sommigen van hen heb ik ook de namen toegevoegd. Sommigen ben ik vergeten, van anderen heb ik misschien de invloed nu, achteraf, verkeerd beoordeeld. Van alle anderen, ongeveer 185 in totaal, heb ik de namen opgeschreven in een Excel-bestand en ze vervolgens willekeurig gerangschikt. In die volgorde heb ik ze, met document-echte inkt, op het met bladgoud geliniëerde vel papier geschreven. Als de namen op waren, begon ik opnieuw, met een nieuwe volgorde, totdat het papier 'vol' was. Dit is het resultaat: |
| |
|
'De namen, de tijd', pen en bladgoud, 47 x 47 cm. |
| |
|
Het papier is 250 grs Simili Japon, een gestreken papiersoort die niet meteen je pen leegzuigt, met een lichte ivoorkleur opdat het contrast tussen bladgoud, zwart en papier niet te hoog en hard zou worden.
Dit is natuurijk geen grafiek - er kwam immers geen druktechniek aan te pas. Wat dan wel? Een verluchtte tekst misschien, of een tekening? Misschien moeten we ons daar niet te druk over maken, dat doet Orde & Handhaving wel. Interessanter vond ik het, te vertellen waarom ik dit maakte. |
| |
|
'De namen, de tijd' en ook mijn jongste prent 'M.', ga ik voor het eerst laten zien tijdens de Drukkunstbeurs die aan het eind van de maand weer wordt gehouden in de Prodentfabriek in Amersfoort. |
| |
|
Ik ga daar altijd graag naar toe vanwege de ongedwongen sfeer en de enorme variëteit van makers, maaksters en maaksels - lekker om daar ook te mogen zijn, er midden tussen, en daar ook wat toe te voegen. Ik hoop dat jullie ook komen. |
| |
|
¹Pas in 1615 trad Donne, op aandrang van Jacob I, toe tot de Anglicaanse kerk en in 1620 werd hij benoemd tot deken van St. Paul's Cathedral in Londen. Een wat uitgebreidere biografie van Donne is hier te vinden. ²Van de tekst van Meditations XVII kon ik geen complete vertaling vinden. Ik heb daarom, samen met Dr. K. Tilstra, zelf een vertaling gemaakt omdat het zo'n invloedrijke tekst is gebleken die voor iedereen gemakkelijk toegankelijk zou moeten zijn. Ernest Hemmingway schreef in 1939 een, later verfilmde, roman over de Spaanse burgeroorlog, onder de titel 'For whom the bell tolls' en de band Metallica schreef in 1984 een song onder diezelfde titel. De tekst van die song lijkt geïnspireerd door Hemmingway's beschrijving van de gevechten tussen antifascistische guerilla's en de nationalistische troepen tijdens de koude winter in het hoogland van Castilië en Léon. |
| |
|